Wat is het verschil tussen een lascabine, slijpcabine en laserlascabine?
Las-, slijp- en laserlascabines lijken op elkaar, maar beschermen tegen verschillende risico’s. Bij lassen gaat het vooral om laslicht, vonken, spatten en geluid, bij slijpen om rondvliegende deeltjes en geluid. Laserlassen vraagt juist om een volledig omsloten cabine met specifieke veiligheidsvoorzieningen. Welke cabine past, hangt af van het proces, het werkstuk, de toegang, afzuiging en het dagelijkse gebruik.
Een lascabine voor conventioneel laswerk
Een lascabine bakent conventionele laswerkzaamheden af van de rest van de werkplaats. De cabine helpt om laslicht, vonken en spatten richting omliggende werkplekken te beperken en kan ook worden uitgevoerd met geluidsabsorberende wanden.
Een lascabine is vaak relatief open opgebouwd. Een dak is bijvoorbeeld niet automatisch nodig. De uitvoering hangt af van zichtlijnen, de omgeving en de manier waarop werkstukken worden aangevoerd.
In een opleidingswerkplaats moet een docent bijvoorbeeld overzicht en toegang houden, terwijl leerlingen onderling worden afgeschermd. In een productiehal met grote constructies kan juist een brede of volledig te openen voorzijde belangrijk zijn.
Gordijnen of lamellen kunnen onderdeel zijn van de toegang, maar de basis blijft hetzelfde: een passende afgeschermde werkzone voor het lasproces.
Een slijpcabine richt zich sterker op geluid en deeltjes
Bij een slijpcabine ligt de nadruk sterker op vonken, stof, rondvliegende metaaldeeltjes en geluid. Daarom wordt bij de inrichting ook nadrukkelijk gekeken naar geluidsbeheersing.
Cepro past hiervoor onder andere geluidsabsorberende Sonic panelen toe. Ook ramen, luchtinlaten, afzuiging en verschillende toegangsoplossingen kunnen onderdeel zijn van de cabine.
Bij kleinere werkstukken kan een compacte, grotendeels gesloten cabine passen. Worden grote constructies met een kraan aangevoerd, dan kan juist een bredere toegang of een te openen dak nodig zijn.
Het verschil met een lascabine zit dus vooral in de risico’s die je wilt beheersen en de manier waarop de ruimte daarop wordt ingericht.
Een laserlascabine vraagt om volledige omsluiting
Een laserlascabine is een ander type ruimte. Bij handmatig laserlassen met een klasse 4-laser moet het proces volledig worden omsloten. De cabine bestaat daarom uit gesloten panelen en een dak, aangevuld met specifieke veiligheidsvoorzieningen.
Bij de UniSonic laserlascabine gaat het bijvoorbeeld om een interlocksysteem op de deur, waarschuwingsverlichting en gecertificeerde laserveiligheidsvensters. Een gewoon lasgordijn, standaard zichtvenster of open doorgang kan hier dus niet op dezelfde manier worden toegepast als bij conventioneel lassen.
Stapt een bedrijf over van traditioneel lassen naar handmatig laserlassen, dan is een bestaande lascabine daarom niet automatisch geschikt. De volledige inrichting moet opnieuw door een deskundige worden beoordeeld.
Het proces bepaalt de inrichting
Welke cabine past, hangt uiteindelijk af van meer dan alleen de afmetingen:
welk proces er plaatsvindt;
welke risico’s daarbij horen;
hoe groot de werkstukken zijn;
hoe mensen en materialen naar binnen gaan;
of toezicht nodig is;
hoe afzuiging en andere voorzieningen worden ingericht.
Een lascabine kan relatief open zijn, een slijpcabine vraagt vaak meer aandacht voor geluid en deeltjes en een laserlascabine moet volledig omsloten zijn.
Met meer dan 30 jaar ervaring in lasveiligheid kijkt Cepro daarom naar de volledige situatie. Niet alleen naar het type cabine, maar ook naar het proces, de omgeving en het dagelijkse gebruik.
Sta je voor een nieuwe inrichting of verandert het proces in een bestaande werkplaats? Dan is het verstandig om een specialist vroeg mee te laten kijken. Zo sluit de cabine niet alleen aan op de ruimte, maar vooral op het werk dat erin wordt uitgevoerd.
Ontvang iedere maand het laatste nieuws over nieuwe producten, praktijkprojecten, evenementen en andere ontwikkelingen. Zo mis je nooit een belangrijke update.
Schrijf je in!